Democratie kan de VUB-student allemaal niks schelen

Terwijl Amsterdamse studenten, in naam van meer medezeggenschap en democratie, het ene na het andere universiteitsgebouw bezetten, blijft het angstvallig stil rond democratische gebreken aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Ook al zit het Brusselse instituut in een transitie rond studentenmedezeggenschap, een wat Amsterdamser houding zou ik van mijn medestudenten – als Nederlander met oog voor efficiënt bestuur – toch wel verwachten.

De tien steekwoorden waaraan rector Paul De Knop zijn aanpak koppelt, zijn voer voor een behoorlijke discussie. Efficiënt beheer is soms ver te zoeken: hoe anders kan een universiteit zo’n demotiverende studieomgeving met onvoldoende capaciteit en infrastructuur aanbieden, hoe anders kan de bibliotheek tot de huidige staat van ontbinding zijn vervallen, hoe anders kan een examen worden afgenomen in het printlokaal in gebouw B. Ook het enthousiasmeren van personeel lijkt niet altijd te lukken: pesten op de werkvloer en frictie tussen de rector en de bonden zijn de VUB niet vreemd.

Feedback is altijd nodig en personeel aan de VUB moet kritisch naar het eigen functioneren durven kijken. Temeer omdat de VUB, net als de UvA, te maken krijgt met bezuinigingen die personeel én studenten zullen treffen.

De Knop mag dan eindverantwoordelijke zijn, beslissingen rond de bezuinigingen en de nodige verbeterpogingen zijn de verantwoordelijkheid van iedereen op de campus. Bestuurders en vertegenwoordigers, studenten en personeel zullen er samen het beste van moeten maken. Daarom is het zo belangrijk dat al deze partijen effectief invloed uit kunnen oefenen.

De slager adviseert WC-eend

De Raad van Bestuur lijkt het daar roerend mee eens, zo bleek uit een massamail over de aanstaande studentenraadsverkiezingen:

De Vrije Universiteit Brussel, jouw universiteit, heeft sinds haar ontstaan een traditie van democratisch medebestuur gekoesterd, een bestuur samen met studentenvertegenwoordigers tot in de hoogste bestuursorganen. Bovendien streeft ze ernaar haar studenten op te leiden in een geest van kritische vorming en maatschappelijk engagement.

Het is duidelijk. Het bestuur dweept in haar communicatie met studentendemocratie. Onterecht. De mail getuigt van een houding die we nog het best kunnen samenvatten met ‘wij van Wc-eend adviseren Wc-eend’ en ‘de slager keurt z’n eigen vlees’.

Ja, we zitten in een transitie rond studentenmedezeggenschap. Ja, studenten zouden binnenkort via een soort presidentsverkiezingen de rector in het zadel kunnen helpen. Ja, het bestuur heeft een good governance charter aangenomen waarin ze een ‘juiste houding, cultuur, ethiek en professionalisme’ beloven. Ja, de Studenten- en Stuvoraad hebben over een hele reeks thema’s de finale zeggenschap. Ja, er zijn studentenvertegenwoordigers in een aantal ongetwijfeld zinvolle maar obscure raden en commissies.

De democratische gebreken op onze uni zijn echter niet gering. Meer dan de helft van de posten in de opleidingsraden is niet ingevuld en de verkiezing voor deze raden was een lachertje: kandidaatstelling was mogelijk tot vier dagen na de aankondiging per e-mail, waarvan er twee in het weekend vielen. Bij de aanstaande studentenraadsverkiezingen kan men in sommige faculteiten slechts voor één kandidaat kiezen voor twee beschikbare posten. Bovendien zijn geëngageerde internationals onbestaande.

Voorbij de getallen

Zelfs als we – zoals het academici betaamt – verder kijken dan de tabellen, zien we niet veel goeds. In mijn opleidingraad, de master Communication Studies, werden twee studenten rechtstreeks door de docent gevraagd om zich kandidaat te stellen. Andere studenten werd niet eens verteld dat ze zich kandidaat konden stellen. Beide kandidaten waren vrouw, Vlaming en deden hun bachelor communicatiewetenschappen aan de VUB. De meeste studenten in onze opleiding komen nochtans niet uit België en zijn voornamelijk zij-instromers, niet zelden zonder achtergrond in de communicatiewetenschap. Sterker nog, precies om deze redenen bood men de studentes deze functie aan. Mijn studentenvertegenwoordigers werden dus niet enkel ondemocratisch geselecteerd, er werd zelfs expliciet gekozen voor studenten die de diverse populatie van onze opleiding niet kunnen vertegenwoordigen.

Zelfs de voorzitter van de Studentenraad, Jonathan Hooft, erkent dat posities in opleidingsraden “haast willekeurig aan studenten zijn toegewezen.” Na een pittige e-mail aan het adres van Viviane Jonckers, vicerector Studentenbeleid, erkende ook zij deze problemen. Waarom wordt dan toch voor de alom positieve toon gekozen in de communicatie naar studenten?

Waar is de kritische student?

Hoewel we naar verluidt aan de VUB opgeleid worden in een geest van kritische vorming en maatschappelijk engagement, is van deze kritische student weinig te merken. Een van mijn kotgenoten is jaarvertegenwoordiger bij een andere faculteit. Weliswaar eerlijk verkozen, maar veel tegenkandidaten waren er niet. Met participatiegraden tussen de tien en veertig procent scoren de e-evaluaties ook al niet geweldig.

Studenten stemden vorig jaar zonder veel kritische noten in met de hervorming van de governancestructuren. Op zich terechte aanpassingen – met alle raden en obscure structuren leek de VUB zowaar klein-België. De eerder aangehaalde missers in het democratisch proces, zoals bij de opleidingsraden, blijven echter zonder gevolgen voor de verantwoordelijken. Intussen vindt Jonckers het nog eens een prima idee om de portefeuilles Onderwijsbeleid en Studentenbeleid van de Raad van Bestuur samen te voegen. Wie zal dan voor studentenbelangen opkomen? Een universiteitsbreed debat zoals in Amsterdam nu plaatsvindt bleef en blijft uit. De democratische gebreken krijgen niet de aandacht die ze verdienen.

De vraag is natuurlijk waar dat aan te wijten is. Zijn het vooral de studenten en personeelsleden die geen interesse in het bestuur van hun universiteit hebben? Zijn studenten simpelweg niet goed geïnformeerd? Of heerst er een cultuur waar inbreng onvoldoende gewaardeerd wordt? Zo werd mij persoonlijk toevertrouwd door een opleidingsraadslid:

Sommige dingen zijn onveranderbaar aan de VUB. Tijdens de maandelijkse vergadering kunnen we sommige zaken wel aankaarten, maar meer kunnen we ook niet doen

Twee incidenten dit academiejaar waren tekenend. Wanneer de VUB-vakbonden willen staken, verplicht de rector zijn personeel om alles in het werk te stellen opdat ze toch aanwezig zijn op stakingsdagen. Zelfs de Studentenraad wilde niet dat een sit-in tegen besparingen enige hinder zou vormen op de campus. Participatie van studenten en personeel is oké, maar pressiemiddelen worden niet gewaardeerd. Misschien hechten Belgen meer waarde aan hiërarchie en tonen ze zich niet snel bereid om kritiek te leveren op de verantwoordelijken?

Gebrek aan urgentie

Terwijl de volgende verkiezingen alweer voor de deur staan, wordt de flop rond de opleidingsraden ‘alvast voor volgend jaar’ geëvalueerd. Natuurlijk moet je bij het bijsturen van democratische processen niet over één nacht ijs gaan. Dat neemt echter niet weg dat een cultuuromslag onder de studenten vandaag al kan en moet worden ingezet. Begin bijvoorbeeld met een onderzoek naar de invloed van studentenvertegenwoordigers en hoe zij dit zelf ervaren. Zorg dat het portaal ‘studentenparticipatie’ op My.VUB naar het Engels vertaald wordt als je geëngageerde internationals wilt aantrekken.

str3-387x227Een informatiecampagne kan daarbij geen kwaad. Want het “sterrenstelsel van raden”, zoals mevrouw Jonckers (van de RvB) de studentenmedezeggenschap beschreef, kan met de herstructurering dan wel verleden tijd zijn, het duurt jaren voordat het de student op aarde duidelijk wordt dat een ster is uitgedoofd. De afbeelding op de pagina van de studentenverkiezingen spreekt boekdelen: het is onduidelijk wie aan tafel ziet en wat ze precies doen. Om te ontdekken voor welke raden je nu eigenlijk naar de stembus trekt, moet je je heel goed (in)lezen. Alle raden zijn op een grote hoop gegooid. Door de getrapte verkiezingen hebben kiezers er het raden naar welke kandidaat ze in welke functie verkiezen. Waar stemmen we eigenlijk over?

Ik geloof best dat de intenties van De Knop, Jonckers en Hooft goed zijn. De hervormingen waren nodig. Maar mijn twijfel over de effectiviteit en doeltreffendheid van alle reglementaire aanpassingen blijft. Procesbeschrijvingen kunnen dan wel worden aangepast, zolang implementatie ervan achterwege blijft, zolang de gemiddelde VUB’er niet geïnformeerd en geïnteresseerd is en zolang vertegenwoordigers er niet van overtuigd zijn dat ze gehoord worden, blijft de democratie op de VUB een farce.


Dit opiniestuk is eerder gepubliceerd in de Moeial (jaargang 32, nr 4), het studentenmagazine van de Vrije Universiteit Brussel. Het verscheen ook online op de website van de Moeial.

Image(s)/Beeld: “Thinking in CirclesCC BY-NC-SA by/door Caneles.

You may also like...

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *